Wil Arts en Hans Spinder, Rondzendbrief 18 Matanzas, juni 2011 Is Cuba in de overgang? Het trimester is al bijna voorbij, volgende week zijn de examens, en eindelijk kom ik er toe een rondzendbrief te schrijven. Nu we niet meer permanent hier wonen, maar jaarlijks van 1 maart tot half juni hier zijn, is het ritme voor het schrijven van rondzendbrieven er uit. De laatste die jullie ontvingen was van december 2009. Dit keer ben ik ook alleen hier, omdat Wil niet in staat was om mee te gaan. Ik mis dan ook onze gesprekken en haar creatieve inbreng om weer een brief te componeren. Veel mensen vragen ons of de situatie in Cuba aan het veranderen is en of daar al iets van te merken is. Daar begin ik maar mee, maar eerst kort iets over onze uitzending, en daarna schrijf ik over het leven op het seminarie, de gesprekken met studenten en bezoekers en over mijn activiteiten in de afgelopen periode. Uitgezonden vanuit Utrecht
Terug in Matanzas Ein juni vorig jaar verliet ik Matanzas en vanaf 1 maart 2011 ben ik terug op die vertrouwde plek. Na acht maanden leven en werken in Nederland kom ik terug op het seminarie en voel me er meteen weer thuis. Ik word begroet met de bekende Cubaanse hartelijkheid en iedereen vraagt hoe het met me is en waarom Wil niet is meegekomeen. De eerste dagen moet ik het medisch bulletin over de situatie van Wil vele malen herhalen. Ook ik ben benieuwd hoe het nu in Cuba is, gezien de aangekondigde maatregelen. Direct na aankomst, tijdens de rit van Havana naar Matanzas zoek ik naar veranderingen: er zijn inderdaad wat meer stalletjes met groente en fruit, er zijn meer restaurantjes en prive winkeltjes. De chauffeur van het seminarie bevestigt mijn indruk, maar, zegt hij, het zijn geen grote veranderingen. Veel restaurants zijn half of helemaal leeg, want de mensen hebben geen geld. Later in Matanzas zie ik hetzelfde beeld. Ernesto, een jonge man met een opleiding voor de toeristenindustrie, maar zonder werk, verkoopt een tijd rozen in de winkelstraat van Matanzas, gekweekt op een finca (boerderij) even buiten Matanzas. In het begin loopt de handel aardig, maar zakt daaarna in en een paar weken geleden is hij er mee gestopt: de mensen hebben te weinig geld voor deze luxe. De eerste avond op het seminarie kom ik in een interessant gesprek terecht tussen een delegatie van de Berliner Mission en een groep studenten. Docenten zijn uitdrukkelijk niet uitgenodigd, maar ik mag er, als buitenlander/buitenstaander, wel bij zijn. De bezoekers komen voornamelijk uit de voormalige DDR en willen heel graag met de studenten de situatie in Cuba vergelijken met die in de DDR vlak voor de ´Wende´ en de val van de muur. “Wat is de rol van kerken?”, vragen ze en ze willen graag vertellen hoe in hun kerken de kritische dialoog georganiseerd werd. Maar het gesprek wil niet vlotten, want de studenten weten niets van die geschiedenis en de val van de muur wordt hier in Cuba niet politiek en ideologisch geëvalueerd: vanuit hun perspectief was het een soort natuurramp die Cuba in de armoede en de ´speciale periode´ stortte. De studenten hebben geen ervaring met een open en publiek debat en vertrouwen het ook niet. De situatie in Oost-Europa toen en die in Cuba nu zijn ook niet zomaar met elkaar te vergelijken, daarvoor zijn er te veel verschillen. Het zesde partijcongres Voor het eerst in 14 jaar werd er in april een partijcongres van de comunistische partij georganiseerd en in de aanloop naar deze gebeurtenis vroeg ik Cubanen wat ze er van verwachten. De meesten zijn terughoudend tot argwanend: er zijn wel vaker maatregelen ter verbetering van de situatie aangekondigd, zeggen ze, maar die zijn later weer teruggedraaid. Anderen verwachten wel wat van de huidige president, omdat hij minder politiek en ideologisch is en meer een praktische man. Vanaf november vorig jaar is het proces van de ´lineamiento´ gestart: het formuleren van richtlijnen voor wat er in de nabije toekomst gedaan moet worden. Alle plaatselijke CDR´s (Comité voor de Verdediging van de Revolutie) werden geacht een bijeenkomst te organiseren waarin voorstellen voor de richtlijnen besproken werden. Ook de studenten van het seminarie hebben een bijeenkomst gehad over dit onderwerp. De resultaten zijn naar de provinciale en daarna naar de landelijke organen gestuurd en op het partijcongres zijn de resultaten bekend gemaakt en zijn er beslissingen over genomen. Het hele proces wordt gepresenteerd als een vorm van cubaanse democratie, waarin het hele volk heeft geparticipeerd. In het proces van reorganiseren en herformuleren van de richtlijnen is een aantal voorstellen gesneuveld, want “in strijd met de principes van het socialisme” en er zijn 311 overgebleven. De meest populaire thema´s van de richtlijnen zijn de sociale politiek en de macro economie. Vooral de afschaffing van het bonnenboekje, waarmee de Cubanen een basispakket met voedsel en primaire behoeften tegen gesubsidieerde prijzen kunnen kopen, riep veel reacties op. Het is duidelijk dat het systeem niet meer goed werkt, maar voor de afschaffing moeten volgens velen wel eerst de salarissen omhoog. Want wie alleen van Cubaanse Pesos moet leven, zonder aanvulling van de CUC (cubaanse dollar), heeft het nu al moeilijk. In zijn openingstoespraak geeft de president, Raul Castro, enkele voorbeelden van het niet goed functioneren van ´la libreta´ (bonnen-boekje): de hoeveelheid koffie in het basispakket werd toegekend naar het aantal familieleden, inclusief pasgeborenen, en sigaren en cigaretten aan rokers en niet-rokers. Uiteraard gebeurt dat inmiddels niet meer (anders zou een dergelijke kritiek niet openlijk geuit worden). Voor velen is het bonnenboekje, in het verleden nuttig en nodig, nu een symbool van het paternalisme van de staat geworden, waar men van af wil. Het maakt de mensen passief en ontneemt ze de mogelijkheid zelf initiatief te nemen. De algemene lijn is: veranderingen en aanpassingen zijn nodig, maar met voorzichtige stappen en in lijn met de socialistische traditie. De vraag is natuurlijk hoe je een geleidelijke overgang naar een wat meer open economie kunt organiseren, daar bestaan eigelijk geen recepten voor. Inmiddels is het prive bezit van een huis mogelijk en kunnen (sommige) huizen gekocht en verkocht worden. Tot mijn verrassing ontdekte ik een paar weken geleden in Matanzas een winkel met bouwmaterialen: je kunt daar zomaar een zak cement kopen (!), iets wat voorheen niet mogelijk was. Ook gaat men het kopen en verkopen van auto´s vrij geven. Maar het blijven allemaal marginale maatregelen in de sfeer van de dienstverlening, die niet echt de economie stimuleren en de productie verhogen, en dat is wat er echt nodig is. De meeste maatregelen hebben betrekking op de economie, maar over politieke hervormingen in de sfeer van meer democratie, persvrijheid, vrijheid van vergaderen of meer mogelijkheden om naar het buitenland te reizen, wordt weinig gesproken. De rol van de kerken De Rooms-Katholieke Kerk van Cuba heeft internationaal, maar ook hier in Cuba, een duidelijk profiel gekregen dank zij de bemiddeling van de kardinaal Jaime Ortega in het proces van de vrijlating van een groep polttieke gevangenen. Het ging om een groep van 75 schrijvers, journalisten en activisten die een actie voor de aanvraag van een referendum hadden georganiseerd en die op de eerste dag van de Irak oorlog werden opgepakt. De vrouwen en moeders van deze gevangenen hebben jarenlang, gekleed in het wit (de ´damas de blanco´), na de zondagse mis gedemonstreerd voor hun vrijlating. Na gesprekken tussen de regering, de kardinaal en de Spaanse vertegenwoordiger zijn deze mensen in de loop van vorig jaar geleidelijk vrij gelaten en vervolgens direct, vergezeld van familieleden, naar Spanje gestuurd. Hoewel critici het een verbanning vinden is er in het algemeen veel waardering voor de aktieve rol van de katholieke kerk. In hoeverre de protestantse kerken een maatschappelijke rol spelen is op zijn minst onduidelijk. Er zijn meer dan 50 protestantse kerken, sommige heel klein, en een deel daarvan is anti-oecumenisch en zeer naar binnen gericht. De andere kerken werken samen binnen de Cubaanse Raad van Kerken (CIC). De verhouding tussen de oecumenische, protestantse kerken en de overheid is de afgelopen jaren sterk verbeterd en deze kerken, onder leiding van de CIC, doen erg hun best hun loyaliteit met de revolutie te bewijzen, wat volgens sommigen ten koste gaat van een kritische distantie tegenover wat er in de samenleving gebeurt. Er zijn wel veel plaatselijke kerken die in hun dorp of stad goede sociale en diakonale projecten uitvoeren, met ondersteunig van de CIC, maar veel van onze studenten vinden dat de Raad geen rol speelt in op nationaal niveau en braaf achter het regeringsbeleid aanhobbelt. 70 jaar Raad van Kerken in Cuba
Van 24-28 mei vierde de Raad zijn 70-jarig jubileum in Havana, met conferenties, forumdiscussies en workshops in aanwezigheid van een groot aantal gasten, zowel Cubanen als buitenlanders. Er was een delegatie van de Wereldraad van Kerken aanwezig, onder leiding van de president en de secretaris-generaal van de raad. In de dagen daarvoor vond er een grote bijeenkomst van de Wereldraad plaats in Jamaica over het einde van de “Decade to overcome Violence”, dus ze waren toch al “in de buurt”.
De goede verstandhouding met de Cubaanse overheid bleek bijvoorbeeld uit de slotviering van het jubileum, die plaats vond in de anglikaanse kathedraal van Havana. De dienst werd bijgewoond door de president Raul Castro, drie ministers, de voorzitter van het parlement en de stadshistoricus. Uiteraard liepen er heel wat veiligheidsagenten rond, maar toch was de sfeer gemoedelijk. Na afloop van de preek stapte de president spontaan naar voren en gaf als commentaar op de preek: “Doy las gracias porque necesitamos, hoy más que nunca, todas esas bendiciones”. (Mijn dank hiervoor, want meer dan ooit hebben we deze zegeningen nodig). Daarmee refereerde hij natuurlijk aan het ´aanpassings-proces´ waarin het cubaanse systeem zich bevindt en waarvan hij de belangrijkste motor is.
Seminarieleven
Een vraag die me ook vaak gesteld wordt: hoe ziet je dagelijkse leven er daar uit? Eerst maar even de woonsituatie: ik verblijf nu op de eerste verdieping van hetzelfde gebouw waar we voorheen op de begane grond hebben gewoond. Op deze verdieping zijn drie nieuwe apartementen gemaakt, twee voor de bezoekende docenten, en een voor de beheerder met zijn gezin, inclusief schoonouders. Het is hier erg gehorig en ik kan volgen welke tv programma´s mijn buren bekijken terwijl hun vele bezoekers meestal zeer luid spreken om boven de tv uit te komen. Als je je niet kunt afsluiten voor de herrie uit de omgeving kun je hier niet leven. Mijn apartement heeft twee kleine binnenplaatsen zonder uitzicht en de deuren staan eigenlijk dag en nacht open evenals de horizontale lamellen in de ramen. Dus kan het gebeuren dat er af en toe een vogel naar binnen vliegt. Vorige week had ik zelfs een kolibri in huis, die je hier niet zo heel vaak ziet, die een tijdje in paniek rondfladderde en toen hij even moest uitrusten zich liet fotograferen.
Werk en privé lopen hier volstrekt door elkaar, dus ben je enerzijds altijd aan het werk, maar anderzijds is er ook altijd ruimte voor onderbrekingen, bezoekers die komen koffie drinken – we drinken hier de hele dag kleine kopjes espreso – studenten die iets komen vragen of een werkstuk inleveren of een collega die iets komt overleggen. Soms moet er iets op een bepaald moment af en de lessen moeten gewoon op tijd beginnen, maar veel kan ook mañana als het vandaag niet gaat. Ik geniet van het tropisch klimaat, ook al is het dit jaar wel erg vroeg heel erg heet, van de bloemen en planten en het heerlijke fruit. Vanmorgen ben ik eerst op de fiets een tochtje gaan maken, met een paar flinke heuvels onderweg, en daarna naar de markt voor groente en fruit. Het is nu mango tijd en ik heb twee heerlijke mango´s gekocht, samen anderhalve kilo! Voor de meditatieve momenten ga ik op de trappen voor het hoofdgebouw zitten en laat het adembenemende uitzicht op de baai en de rivier de Yumuri en de vlucht en het gefluit van allerlei vogels op me inwerken.
Tot het seminarieleven hoort ook het deelnemen aan de dagelijkse kapelvieringen en af en toe is het mijn beurt om voor te gaan. Soms speel in in de dienst een preludium op mijn dwarsfluit, de saxofoon heb ik in Nederland gelaten, en we hebben weer een koortje, waar ik ook in mee zing, om in speciale diensten enkele liederen te zingen. Nadat de vorige dirigent, een baptisten student, niet was teruggekomen van een reis naar de VS, zaten we een tijdje zonder koor, maar nu hebben we een enthousiaste Jamaicaanse studente, met veel koorervaring, die ons clubje weer nieuwe zin en energie heeft gegeven. Onderwijs Dit trimester heb ik weer filosofie gegeven aan het eerste jaar en voor het eerst in het vierde jaar filosofie van de 20e eeuw, dat voorheen niet ophet rooster stond. Deze studenten hebben in voorgaande jaren al twee modulen filosofie van mij gehad en dat is te merken. In het eerste jaar zijn de studenten afwachtend en hebben soms een vooroordeel tegenover filosofie, die ze alleen maar kennen in de marxistisch-leninistische variant. Ze zijn niet gewend hun eigen mening te geven, maar herhalen wat de docent of het boek zegt; zo hebben ze het geleerd, zeggen ze mij. In het vierde jaar gaat het al beter, proberen ze een eigen menig te formuleren en ook in de discussie naar elkaar te luisteren. We hebben dan ook goede gesprekken gehad, vooral over het existencialisme van Jaspers en Sartre. Verder heb ik filosofie gegeven aan de nieuwe groep bachelor studenten in het afstandsonderwijs. Zij komen vier of vijf keer per jaar een week naar het seminarie en krijgen dan intensief les in twee vakken. Dat betekent dat ik ze vijf dagen lang vier uur per dag les moet geven. Naast de gewone colleges betekent dat een zware week. Vorige week, de laatste lesweek van het trimester, had ik een zelfde intensief programma met de groep van de Masters opleiding over de interreligieuze dialoog. Dat was een vermoeiende maar ook zeer bevredigende week. Voor dit thema staan twee onderwerpen centraal in Cuba: de omgang met en de waardering voor de pluraliteit en diversiteit en de relatie vanuit de kerken met de afro-cubaanse godsdiensten (Yoruba, Santeria of Palo del Monte). In een eenheidsstaat met maar een politieke partij, geen scheiding van de machten en een strakke ideologische controle leer je niet omgaan met diversiteit en een veelheid van meningen. Dat is een cultuur die zich ook in de kerken herhaalt. Maar de realiteit is dat er veel diversiteit in denken bestaat, ook binnen de eigen confessie. Over de relatie met de Santeria (of de Voudou voor onze Haïtiaanse student) wordt sterk verschillend gedacht binnen de kerken. Binnen de traditionele kerken en vooral in de Pinkster kerken worden de afro-cubaanse tradities als werken van het kwaad en van de duivel sterk afgewezen. Een student, baptistendominee in een klein dorp, vertelde dat de plaatselijke pinksterkerk een soort duiveluitdrijving had georganiseerd, door het huis van een Santeria priester te omsingelen en enkele uren luidkeels te bidden en liederen te zingen om deze kwade invloed te neutraliseren. Zo bevorder je natuurlijk niet het vreedzaam samenleven van diverse groepen, wat toch een van de hoofddoelstellingen van de dialoog is. Maar er zijn ook kerken die voorzichtig het gesprek met de Santeria zoeken, om eerst maar eens over en weer kennis van elkaar uit te wisselen en vooroordelen te bestrijden. Gevangenispastoraat Vorig jaar september is op initiatief van het seminarie en de Raad van Kerken een basiscursus gevangenis pastoraat gestart. Dat is bijzonder, want tot voor kort was het alleen toegestaan dat pastores, namens de familie, een enkele keer een individuele gevangene mocht bezoeken. Nu mogen er, naast individuele bezoeken, ook bijeenkomsten en diensten gehouden worden. Om dit alles in goede banen te leiden en de predikanten voor te bereiden op deze activiteiten, zijn er in een aantal plaatsen cursussen gestart, onder leiding van Francisco Rodés, de baptistenpredikant uit Matanzas en leider van het Kairos centrum. Hij wordt bijgestaan door een Amerikaanse gevangenis-predikant die hier met zijn familie voor een jaar op het seminarie woont. In de cursus wordt de nadruk gelegd op het begeleiden en bijstaan van de gevangenen in hun persoonlijk leven, maar er zijn nogal wat fundamentalistische en pentecostaalse predikanten die deze mogelijkheid uitsluitend zien om mensen te bekeren. Zij krijgen vaak steun van bepaalde Amerikaanse fundamentalistische zendingsorganisaties, die sterk kwantitatief denken: hoeveel mensen ga ik dit jaar bekeren en hoeveel kerken kan ik stichten? Daar is de overheid, maar ook de CIC, niet erg positief over. De cursus wordt deze week afgesloten en half juni is er dan een officiele diploma uitreiking aan zo´n 300 cursisten. De ervaringen zijn erg positief en het is de bedoeling volgend jaar met een nieuwe cursus te starten. En verder... Was ik begin april een aantal dagen in Birmingham voor een conferentie van de Wereldraad over Zending en Theologisch Onderwijs. Ik ben bezig met een beleidsstuk over dit onderwerp voor onze eigen afdeling Zending van de PKN, dus dit was een goede kans om me verder in het onderwerp te verdiepen. Aangezien je vanuit Cuba alleen via Amsterdam naar Birmingham kunt vliegen heb ik van de gelegenheid geprofiteerd om een aantal dagen naar huis te gaan om Wil en de rest van de familie te bezoeken. Helaas moest ik te vroeg weer terug, want een week later werd de tweede dochter van Marlijn en Martijn en dus ons tweede kleinkind, Veerle, geboren. Ik hoop haar op 16 juni te kunnen bewonderen. In april had ik bezoek van Erik en Alie, die voor het eerst een vakantie in Cuba gepland hadden. De tweede week van hun verblijf zijn we samen opgetrokken en alles verliep zeer aangenaam totdat, op zaterdagavond voor Pasen, Alie op straat werd beroofd van haar tas met paspoorten, camera, telefoon en geld. Dat was een geweldige schok en de aardigheid was er toen wel af. Ze moesten naar de ambassade om papieren te regelen en zijn daarna vervroegd teruggekeerd. De beroving was het gesprek van de dag op het seminarie, want dat soort dingen gebeurden tot nu toe vooral in Havana, maar niet in Matanzas. De Cubanen zijn er ook zeer verontwaardigd over, maar ik hoor wel dat het de laatste tijd meer voor komt. Kennelijk zijn de problemen groter geworden en neemt de criminaliteit toe. Toch was het eerste deel van de vakantie heel goed; een verslag van hen staat op onze website: www.spinder-en-arts.nl Op 15 juni hoop ik weer naar Nederland te vertrekken en begint mijn werk bij de afdeling Zending van de PKN weer. Dan richt ik me weer op de projecten in Oost-Europa en volgend jaar van maart tot juni hopen we dan weer samen in Matanzas te zijn. Ik bedank allen die de ontwikkelingen in Cuba en de projecten hier volgen en degenen die in de afgelopen tijd weer geschreven hebben. Ik hoop dat er gelegenheid in Nederland is om in de plaatselijke kerken ons werk te presenteren. Een goede zomer en vrede en alle goeds, ook namens Wil, Hans Spinder Mijn mail adres in Nederland:
|