CUBA. Reisimpressies april 2011

Deze impressies doen allerminst recht aan de Cubaanse werkelijkheid. Zoveel warmte en hartelijkheid valt moeilijk te beschrijven. Maar belangrijker nog is dat verschillende dimensies in dit verhaal noodgedwongen ontbreken: het geluid, de geuren en de kleuren. Enkele notities over zelfbewuste, arme en hartelijke Cubanen en hun kleurrijk en melancholiek land, waar de zon blijft schijnen.

Hanen kraaien, overal. Op daken en balkons in Havana nauwelijks minder dan op het platteland. Vooral in de steden gaat het gekraai snel over in muziek die overal vandaan lijkt te komen. Waar twee of meer mensen een hapje kunnen eten verschijnt al snel een muziekgroepje of desnoods een loslopende zanger(es) of muzikant. Life-muziek is nooit ver weg. In een park heeft John Lennon een door Fidel Castro onthuld standbeeld gekregen (met bewaking vanwege de veelvuldige diefstal van zijn brilletje). Een opmerkelijke herwaardering voor 'decadente' muziek die 25 jaar geleden in Cuba nog verboden was.

Cubanen ontbreekt het zelden aan gespreksstof. Ook waar op de markt muziek op volle sterkte weerklinkt, weten Cubanen elkaar uitvoerig bij te schreeuwen. Telefoons zijn erg populair; maar in mobiele vorm nog betrekkelijk weinig beschikbaar. Nergens zijn de rijen langer rijen dan voor winkels waar mobieltjes verkocht worden. Ook het bellen is een expressief gebeuren. De handgebaren zijn niet minder mobiel dan in gesprekken. Lezen lijkt minder gangbaar. Kranten zijn schaars. Alleen in het hart van Havana werd zo nu en dan het partijblad Granma verkocht. Een ruimer perspectief bieden op de wereld lijkt niet het belangrijkste doel van dit blad. Buitenlandse kranten zijn ook in hotels of op het vliegveld niet verkrijgbaar. In spaarzaam aanwezige boekhandels zijn naast de geschriften van Fidel, Che en José Martí vooral klassieke werken uit de wereldliteratuur beschikbaar. Hemingway neemt daarbij een speciale positie in.

Stil zijn is een vermogen waarover weinig Cubanen beschikken. Ook tijdens het concert ter gelegenheid van het 192-jarig bestaan van de stad Cienfuegos was de vermaarde pianist Frank Fernández bepaald niet de enige die geluid voortbracht. Werk van Mozart, Sjostakovitsj e.a. voor piano, orkest en talrijke ventilators werd ook tijdens de uitvoering enthousiast van commentaar voorzien.

Soms vallen geluid en geur te combineren. Bijvoorbeeld bij de wonderbaarlijke voertuigen die door Cuba rijden. Ronkend en walmend rijden er talrijke auto's rond van voor de revolutie. Chevrolets en Dodge's uit de jaren veertig en vijftig kleuren het straatbeeld. De geschiedenis van de auto is in dit openluchtmuseum moeiteloos te reconstrueren. (De geschiedenis van de socialistische mens die op initiatief van Castro op een bergwand is aangebracht is aanzienlijk minder geslaagd). Het aantal voertuigen is evenwel tamelijk beperkt. De hoge benzineprijs - van ruwweg een euro per liter- weerhoudt de Cubanen van veel rijden. De autopista 1 - de nationale zesbaanssnelweg die over het hele eiland loopt, doet bij tijden denken aan autoloze zondagen. Langs de kant staan grote ijzeren vehikels weg te roesten; deze waren bedoeld om de weg te blokkeren bij een Amerikaanse invasie. Vanzelfsprekend wordt alles wat kan rijden ingezet voor transport; grote schoolbussen, omgebouwde vrachtwagens, oerauto's, paardenkarren, fietstaxi's. Aan de kleur van de nummerborden is te zien of het voertuig de overheid dient, het leger of de diplomatieke dienst. Ook auto's van religieuze organisaties, ngo's en huurauto's zijn zo onmiddellijk herkenbaar. Bij gebrek aan auto's wordt er veel gelift. Transportcoördinators wijzen op knooppunten lifters auto's toe. De schaarse mogelijkheden dienen zo goed mogelijk te worden benut. Cubanen rijden gedisciplineerd en toeteren verbluffend weinig. De kwaliteit van de wegen biedt een uitnemende kans om stuurmanskunsten te tonen.

Vooral in de steden neemt de stank toe naarmate de temperatuur (nog verder) stijgt. Er valt nog veel te rioleren in Cuba. Afval wordt op straathoeken gedeponeerd en min of meer opgehaald. Langs de weg staan vrij veel afval containers die echter zelden of nooit gesloten worden. In de bakken wordt veelvuldig gezocht naar voedselrestanten. Op een straathoek vlak bij onze casa particulare in Havana was een container omgevallen (of omgegooid), die dagenlang onaangeroerd bleef liggen. De verkoop van drank en etenswaren - op nog geen twee meter afstand - werd onverstoorbaar voortgezet. Het leek niemand te deren.

Wie rondkijkt op Cuba ziet dat het eiland een kruispunt van culturen is. Afrikaanse, Europese en Amerikaanse roots zijn nadrukkelijk aanwezig. Alle denkbare schakeringen tussen zeer zwart en bijzonder licht zijn zichtbaar. Desgevraagd blijkt racisme ook in het socialistische Cuba zeer aanwezig. Kleding heeft niet tot doel veel te verhullen. De rokjes zijn veelal minimaal, de décolletés diepgaand. Vrijwel alle vrouwen zijn kort van stuk, maar verschillen aanzienlijk in omvang. Ook de meeste mannen zijn van bescheiden formaat (voorzover het de lengte betreft).

Een groot deel van het leven voltrekt zich op straat. Veel huizen zijn klein en bedompt. Verschillende generaties wonen veelal samen in zeer bescheiden Kamers waarbij ook het delen van beddenniet uitzonderlijk is. Achterstallig onderhoud neemt - vooral in Havana - markante vormen aan. In het hart van de stad staan veel gebouwen in sterk verwaarloosde staat. Het aantal mensen dat op straat zit is fors. Een buurman is doorgaans beschikbaar voor een goed gesprek. Soms valt er iets te doen. Colablikjes pletten bijvoorbeeld waarmee weer een enkele pesos verdiend kan worden. Overal lopen of liggen honden die opmerkelijk invouwbaar blijken te zijn. Ook scharrelkippen, scharrelvarkens, scharrelkoeien, scharrelpaarden en scharrelvrouwen gaan ongestoord hun gang.

Cuba is sterk geïsoleerd. De Amerikaanse boycot is daarbij nog steeds een belangrijke factor, al zijn enkele aanscherpingen van de boycot onder Bush door Obama ongedaan gemaakt. De Cubaanse overheid beperkt het zicht op de rest van de wereld ook krachtig. Internet is zeer beperkt beschikbaar (oa in hotels waar Cubanen tot voorkort niet mochten komen) en duur. (€ 5,- voor een half uur met zeer trage verbinding). Zelfs studenten informatica hebben nauwelijks toegang tot internet.

Een Cubaanse die Nederland mocht bezoeken kwam na dagenlang googlen tot de onthutsende conclusie: 'ze hebben ons bedrogen'. De media hadden dagenlang niets over Cuba bericht, terwijl in Cuba de overtuiging heerst dat het land een centrale rol speelt in de wereld. De ontgoocheling was compleet.

Toeristen vormen een belangrijke inkomstenbron voor Cuba. Zowel voor de staat als voor particulieren. Het is een uitzonderlijke kans voor Cubanen om bij te verdienen en meer zicht op de wereld te krijgen. Havana telt naar schatting tenminste 3000 casas particular; een kleine plaats als Vinales altijd nog 300. Wie daar uit de interlokale bus stapt wordt verwelkomd door tientallen casa-aanbieders die hun diensten luidruchtig aanprijzen.

Voor onze gastvrouwe Sonya is het geen enkel bezwaar dat wij geen Spaans spreken en zij geen Engels. Met hartelijkheid en expressie compenseert zij veel. Zo informeert zij ons gedetailleerd over haar (aanzienlijk) medisch dossier: vindingrijk praat ze ons bij over haar kwalen ( o.a. galstenen) en de bijbehorende (kijk-) operaties. We worden snel deel van de familie. Sonya knuffelt graag en ook de kleinkinderen komen ons zoenen voor ze gaan slapen.

In Havana en andere steden worden toeristen voortdurend aangesproken. 'Where are you from?'.Geïnteresseerd in sigaren, een fietstaxi, sigaren, nootjes, sigaren, rum, sigaren? Er wordt tamelijk veel gebedeld, soms zeer professioneel.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft in Havana een bijzonder museum opgezet waarin de Amerikaanse agressie tegen Cuba wordt getoond en gedocumenteerd. Iedere bezoeker krijgt een begeleider mee (die overigens nagenoeg niets vertelt) maar voorkomt dat er foto's worden gemaakt of bewijsmateriaal wordt ontvreemd. Het museum lijkt nauwelijks voor buitenlanders bestemd. Gevallen patriotten worden herdacht; op enkele minuscule Engelstalige regels na is de expositie uitsluitend in het Spaans te volgen. Geen enkele folder of brochure is voor geïnteresseerden beschikbaar.

De mislukte inval in de Varkensbaai in 1961 wordt in heel Cuba grootschalig herdacht. De gevallen helden hebben individuele graven gekregen langs de wegen waar gevochten werd. De herdenking biedt volop ruimte het Amerikaanse wanbeleid aan de kaak te stellen. Dat de imperialisten volstrekt niet deugen is onmiskenbaar, maar boeiend is om te zien hoe zeer het dagelijks leven raakvlakken met Amerika vertoont. Je loopt in Havanna door rechtlijnige straten, gebouwd en genummerd naar Amerikaans voorbeeld, drinkt koffie Amerigo, kijkt op tv naar honkbal of wordt in de bus verrast door de Flintstones of Amerikaanse home-movies, ziet talrijke T-shirts met Amerikaanse symbolen en komt tenslotte uit bij het Capitool. Het wekt dan ook geen verbazing dat de bundel Traveller's tales of old Cuba vooral Amerikaanse teksten bevat 'as Americans and Cubans have long been involved in a complex love/hate relationschip, which continues to the present.'

De 'historische' verbondenheid met de Russen is in het dagelijks levenheel wat minder zichtbaar. Voor liefhebbers is er het Teatro Karl Marx, Lenin heeft nog een standbeeld, een groot park en een naar hem genoemde landbouwcoöperatie, werk van Stalin is nog verkrijgbaar bij de boekenstalletjes op de Plaza de Armas in Havana. En er resten wat (lelijke) gebouwen uit de periode van de verbondenheid met de Sovjets.

Cuba zal het op eigen kracht moeten doen. Daartoe zijn veranderingen vooral in de economie dringend noodzakelijk. Sinds Raúl zijn broer opvolgde is er meer ruimte ontstaan voor boeren en kleine ondernemers, maar tijdens het eerste partijcongres in 14 jaar dat in april plaatsvond werd duidelijk aangegeven dat er veel meer zal moeten veranderen. Een van de vele borden langs de kant van de weg gaf de route duidelijk aan: 'Hoe meer we produceren, hoe meer we hebben.' Of zoals een taxichauffeur het stelde: 'Wat heb ik aan een huis dat ik niet mag verkopen, wat heb ik aan een auto die ik niet mag verkopen?' Dat de partijtop verjonging aankondigde - en voorstelde leidende functies in de partij tot een termijn van tien jaar te beperken - is niet verrassend gezien de leeftijd van de huidige leiders die allemaal veteranen van 80 of ouder zijn. Verrassend is wel dat duidelijk wordt uitgesproken dat leiderschap niet per definitie aan de partij gebonden is. De populariteit van Fidel blijkt nog altijd groot. Voor zijn broer geldt dat zeker niet, al heeft hij veel steun vanuit het leger. In de grondwet staat nadrukkelijk aangegeven dat het leger nooit mag worden ingezet tegen het Cubaanse volk. Dat bleek geen loze kreet toen een lid van de speciale troepen ten tijde van de lange rijen potentiële vluchtelingen voor westerse ambassades weigerde provocerende opdrachten uit te voeren. Met een beroep op de grondwet kon hij zijn gelijk aantonen.

Voor kritiek op de partij lijkt nog niet veel ruimte; voor grappen wel. Fidel bezoekt een school. Hij spreekt de leerlingen toe: 'Ik ben jullie vader, Cuba is jullie moeder. Wat willen jullie later worden?'De school antwoordt in koor: 'wees'! '

In Mazanzas spreken we met Ersilio…, de stadhistoricus, een belangrijke functie in Cuba. Zijn kantoor hangt vol met etsen van Piet Hein, die in de baai van Matanzas de Zilvervloot veroverde. In de vorm van een door Rotterdam aangeboden standbeeld ziet Piet Hein terug op zijn historische daad. Ook in het stedelijk museum van Mazantas begint de expositie met een prent van de zeeheld/piraat. Andere sporen van de Nederlandse cultuur zijn te vinden in de twee grote museo nacional de bellas artes in Havanna. De internationale collectie toont veel Nederlandse schilderijen uit de 17e eeuw waarbij grote namen niet ontbreken. De collectie Cubaanse kunst - waar de socialistische ideologie aangenaam afwezig is - biedt een tijdelijke tentoonstelling waarbij diverse Cubaanse schilders inspiratie ontlenen aan Van Gogh. In het straatbeeld duikt zo nu en dan een oranje Nederlands elftalshirt op, ontbreekt Heineken reclame niet en rijden Nederlandse bussen - afgezien dan van die ene die met de nederlandstalige aanduiding 'Geen dienst' langs de kant van de weg stond.

In Cienfuegos zijn we te gast bij een oud-student van het seminarie die nu als hulppredikant in een presbyteriaanse kerk dienst doet. Zijn gemeente telt ongeveer 100 leden en zijn 'pastorie', die aan de kerk vast zit is dan ook allesbehalve riant. We beleven een avonddienst ter voorbereiding op pasen waarbij de voetenwassing is vervangen door een handenwassing. Nooit gedacht dat Hans en ik elkaars handen nog eens op deze wijze zouden wassen. De gemeenteleden - voor meer 80% vrouwen - maken ons zeer duidelijk hoe welkom we zijn. Achteraf horen we dat de aanwezigheid van drie buitenlanders de status van de dienst zeer verhoogd heeft.

De paasdienst in de openlucht bij het opkomen van de zon met fantastisch uitzicht over baai was een prachtige ervaring. Het oecumenisch karakter met muziek uit Taizé en de nadruk op alegría (blijdschap) en verbondenheid biedt veel inspiratie.

Onze vakantie verliep in zeer ontspannen sfeer. Een mooie balletvoorstelling, een dagje palmenstrand aan de Varkensbaai, een krabbenoptocht, botanische tuinen, uiteenlopende musea, een fraai concert, kleurrijke gesprekken, prachtige landschappen. Twee paarden bleken zelfs bereid ons vier uur lang op hun rug te dulden en met ons door een heuvelachtig nationaal park te trekken. Maar op de zaterdagavond voor Pasen veranderde de vakantie in enkele seconden volledig. 's Middags bezochten we het Ché Memorial en het (vrij ingetogen) bijbehorende museum in Santa Clara. Na het eten in Matanzas en een drankje op een terras wandelden we gedrieën om 22.15 uur terug naar het seminarie. Op een onverlicht stukje weg werd Ali's tas zeer onverhoeds en hardhandig van haar schouder gerukt en geroofd. De tas bevatte naast paspoorten en visa, ook haar camera, geld, rijbewijs en telefoon. De aangifte op het politiebureau - onder toeziende ogen van de ook hier alom aanwezige Che - duurde enkele uren. De politiefunctionarissen spraken geen woord Engels, maar bleken wel onmiddellijk inzicht te hebben in onze Cubaanse verblijfplaatsen en visagegevens. Toen alle formaliteiten - dankzij onze tolk - vervuld waren reed de politie - vier man sterk - achter ons aan naar de plaats van delict om onmiddellijk het onderzoek te starten. De volgende ochtend zouden we een verklaring kunnen ophalen bij het bureau. Maar de dienstdoende chef was afwezig en klantvriendelijkheid bleek niet het meest opvallende kenmerk van de aanwezige dienders. Bevriende Cubanen toonden zich zeer verbaasd dat wij opnieuw naar het bureau waren gegaan. Zoiets regel je toch via informele contacten. Waar heb je anders relaties voor? Op het seminarie kregen we veel hartelijke blijken van medeleven. De overval veranderde onze plannen evenwel volledig. Zonder documenten is reizen en verblijven op Cuba uiterst lastig. Gelukkig bleek de Nederlandse ambassade in Havana uitermate behulpzaam, efficiënt en vriendelijk. Het onbevangen reizen was echter voorbij en omdat ook een deel van Ali's medicijnen gestolen was, besloten we wat eerder naar Nederland terug te keren.

Twee taxi's brachten ons naar het vliegveld José Martí. De eerste rit was vergeefs. Martinair weigerde - ondanks een toezegging aan ons en aan de ambassade - om ons mee te nemen omdat een half uur voor vertrek vastgesteld werd dat het toestel vol was. Beide taxi-ritten hadden een bijzonder slot. Na de rit van ongeveer een half uur had de chauffeur van het staatsbedrijf geen idee wat hij ons in rekening moest brengen. Hij loste dat op door te vragen wat wij voor de heenrit hadden betaald. De andere rit eindigde aandoenlijk. Augustin, onze ongeveer 35-jarige chauffeur, die anders dan de meeste van zijn collega's goed Engels sprak, schreef zijn naam en twee telefoonnummers op een kaartje. Hij hoopte dat hij ons bij een volgend bezoek weer zou mogen vervoeren. Even aarzelde hij. Toen voegde hij nog een nummer toe. Van zijn moeder. Zij wist hem altijd te bereiken.

Utrecht, 3 mei 2011

Erik en Ali

PS: We maakten deze reis op uitnodiging van Hans Spinder en Wil Arts. Zij zijn sinds 2004 als docent verbonden aan het Seminario Evangélico de Teologia in Matanzas. Om gezondheidsredenen moest Wil nu helaas in Nederland blijven. Voor zijn vertellen en vertalen zijn we Hans veel dank verschuldigd.